Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ingediend op 26 mei 2022, waarna de beslistermijn door een beleidswijziging werd verlengd tot 26 augustus 2023. Eiser stelde verweerder op 30 augustus 2023 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is bij overschrijding van de beslistermijn, maar dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de rechter wel een dwangsom kan opleggen. De rechtbank legt daarom een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 7.500,-.
De rechtbank bepaalt een termijn van zestien weken waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, verdeeld in twee periodes van acht weken: eerst voor het afnemen van een eerste gehoor en daarna voor het nemen van het besluit. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 209,25 vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en verweerder opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.A.M. Delger op 26 oktober 2023.