ECLI:NL:RBDHA:2023:21709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor verhuur zonder huisvestingsvergunning bevestigd
Eiser, eigenaar van een woning in Den Haag, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd omdat hij de woning verhuurde aan huurders zonder huisvestingsvergunning. Na een controle op 14 juni 2022 stelde de inspecteur van de Haagse Pandbrigade vast dat de huurders niet beschikten over de vereiste vergunning.
Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de vergunningplicht vanwege zijn recente vestiging in Nederland en taalbarrière, en dat hem bij aankoop van de woning niet was medegedeeld dat een vergunning nodig was. Ook stelde hij dat de boete gematigd moest worden vanwege de beperkte ernst van de overtreding, mede omdat later alsnog een vergunning werd verleend.
De rechtbank oordeelde dat eiser als eigenaar een actieve zorgplicht heeft om zich te informeren over de geldende regels en toezicht te houden op het gebruik van zijn woning. Hij kon zich niet beroepen op onwetendheid. De boete van €5.000,-, conform het gefixeerde boetestelsel voor niet-bedrijfsmatige verhuur, werd niet verder gematigd omdat eiser geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht bleef voor rekening van eiser en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bestuurlijke boete van €5.000,- wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning wordt ongegrond verklaard.