ECLI:NL:RVS:2020:1654
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale verbouwing woning in zelfstandige studio's in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €18.000 op wegens het zonder vergunning verbouwen van een woning in twee zelfstandige studio’s. Appellant had de overtreding zelf gemeld, maar dit gebeurde pas nadat de gemeente al op de hoogte was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die matiging van de boete rechtvaardigen. Hoewel appellant meent dat de informatievoorziening misleidend was en dat hij de boete verlaagd zou moeten krijgen zoals in eerdere uitspraken, oordeelt de Afdeling dat hij zijn informatieplicht niet is nagekomen en dat eerdere uitspraken niet vergelijkbaar zijn.
De Raad van State benadrukt dat de overtreding ernstig is omdat appellant de woning langer dan een jaar verhuurde zonder vergunning en dat het feit dat hij later alsnog een vergunning aanvroeg en de huurprijs onder de liberalisatiegrens lag, niet tot matiging leidt. De boete is conform de geldende verordening en het boetestelsel, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €18.000 wegens het zonder vergunning omvormen van een woning in twee zelfstandige studio’s.