ECLI:NL:RBDHA:2023:22107
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend beroep op niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De wet bepaalt dat een betrokkene eerst een ingebrekestelling moet sturen voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Sinds 27 september 2022 is de beslistermijn voor asielaanvragen verlengd met negen maanden via het besluit WBV 2022/22, en deze verlenging geldt ook voor aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2023 tot uiterlijk 1 januari 2024 via WBV 2023/3.
Eiser betwist de geldigheid van deze verlengingen en stelt dat hij verweerder niet te vroeg in gebreke heeft gesteld. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is. Omdat eiser zijn aanvraag op 2 februari 2023 heeft ingediend, valt deze onder WBV 2023/3 en moet verweerder uiterlijk op 2 mei 2024 beslissen. De ingebrekestelling van 4 augustus 2023 was dus te vroeg, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege te vroeg ingediend beroep.