ECLI:NL:RBDHA:2023:22193
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen wegens schending evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM
Eisers, bestaande uit twee minderjarige kinderen en hun moeder, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank vast dat het bestreden besluit gebreken vertoonde in de evenredigheidstoets en de beoordeling van artikel 8 EVRM Pro, met name door het niet volledig betrekken van een BIC-rapportage en onvoldoende waardering van de persoonlijke omstandigheden van de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de gebreken in de besluitvorming niet had hersteld, ondanks een bestuurlijke lus. De belangenafweging was onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd, met name ten aanzien van de ontwikkelingsschade en het belang van voetbal voor de kinderen. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en gaf de staatssecretaris zes weken om een nieuw besluit te nemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep had beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige en volledige beoordeling van persoonlijke omstandigheden bij verblijfsvergunningen voor langdurig verblijvende kinderen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.