Uitspraak
[minderjarige 2] (zusje),V-nummer [V-nummer 4] gezamenlijk: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin met Eritrese nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor familieleven met hun dochter die als alleenstaande minderjarige vluchteling in Nederland verblijft. De aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van antecedentenverklaringen en het economische belang van de Nederlandse staat.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij de belangenafweging het juiste uitgangspunt had genomen en alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken. Hoewel er sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro en het jongvolwassenebeleid van toepassing is, weegt het economisch belang en het beperkte contact met Nederland zwaarder.
Eisers voerden aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd en niet aan artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn had getoetst, maar de rechtbank verwierp deze gronden. De belangenafweging is volgens de rechtbank evenwichtig en de afwijzing is niet in strijd met het EVRM.
De rechtbank verleende vrijstelling van griffierecht en wees het beroep af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 17 januari 2023.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf en verklaart het beroep ongegrond.