ECLI:NL:RBDHA:2023:2532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verlenging beslistermijn asielaanvraag met negen maanden
Eiser diende op 29 maart 2022 een asielaanvraag in en stelde dat verweerder uiterlijk op 29 september 2022 een besluit had moeten nemen. Verweerder verlengde echter de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2022/22, waardoor de uiterste beslisdatum op 29 juni 2023 kwam te liggen. Eiser stelde dat deze verlenging onrechtmatig was en startte een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had onderbouwd dat de verlenging noodzakelijk was vanwege een grote instroom van asielzoekers, waaronder Afghanen en Oekraïners, en de opname van Dublinclaimanten in de nationale procedure. Ook de impact van COVID-19 en de beperkte capaciteit van de IND werden als relevante factoren meegewogen.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de verlenging onrechtmatig was omdat er geen ‘grote en snelle piek’ zou zijn en omdat de gemiddelde doorlooptijd minder dan negen maanden was. De rechtbank volgde de uitleg van de Procedurerichtlijn en concludeerde dat de verlenging binnen de wettelijke bevoegdheid viel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en oordeelde dat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden rechtmatig is.