ECLI:NL:RBDHA:2023:3159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen weigering behandeling verblijfsaanvragen op grond van Dublinverordening Frankrijk
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling zijn genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eisers betogen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege structurele problemen in de opvang en medische zorg in Frankrijk, onderbouwd met rapporten en artikelen. Ook stellen zij dat Nederland het meest aangewezen land is voor hun medische behandeling en dat zij afhankelijk zijn van familie in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Frankrijk niet adequaat kan voorzien in hun medische zorg of opvang. De stelling dat Nederland het meest aangewezen land is voor behandeling wordt niet ondersteund door de medische stukken.
Ook is onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Dublinverordening. De omstandigheden zijn niet zodanig bijzonder dat toepassing van artikel 17 gerechtvaardigd Pro is. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van behandeling van de verblijfsaanvragen worden ongegrond verklaard.