ECLI:NL:RBDHA:2023:3410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverwijzing naar Italië
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 20 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast via Eurodac dat hij op 15 juni 2022 illegaal via Italië de EU was binnengekomen. Nederland verzocht Italië om overname, wat werd geaccepteerd. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat Italië ernstige en structurele tekortkomingen heeft in de asielprocedure en opvang, waardoor hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Hij verwees naar eigen ervaringen, een circulaire brief van Italiaanse autoriteiten en diverse jurisprudentie en rapporten.
De rechtbank overwoog dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat lidstaten geacht worden hun internationale verplichtingen na te komen. Eiser moest met concrete aanwijzingen komen om dit te weerleggen. De rechtbank vond de aangevoerde rapporten en verklaringen onvoldoende concreet en aannemelijk om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De tijdelijke opschorting van Dublinoverdrachten door Italië vanwege opvangproblemen leidt niet tot een verplichting voor verweerder om de asielaanvraag aan zich te trekken, zolang de overdrachtstermijn niet wordt overschreden en er geen aanwijzingen zijn dat Italië zijn verantwoordelijkheden structureel niet nakomt.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublinverwijzing naar Italië is ongegrond verklaard.