Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.1. [eiser 1] en anderen, uit [woonplaats] ,
2.[eiser 2] , uit [woonplaats] ,
[derde-partij] B.V., uit [vestigingsplaats] , de vergunninghouder
Rechtbank Den Haag
De vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van de kelder van een pand in Leiden tot horecagelegenheid en opslagruimte. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Leiden, heeft deze vergunning verleend, waarna eisers beroep instelden vanwege zorgen over strijd met het bestemmingsplan, het beleid en mogelijke overlast.
De rechtbank beoordeelt dat de vergunning terecht is verleend. De aangevraagde horeca valt binnen de bestemmingsregels en is niet in strijd met het bestemmingsplan, waarbij de kelderfunctie voor horeca is toegestaan als uitzondering. Ook is geen strijd met de Horecavisie Leiden 2016 vastgesteld, en de latere Horecavisie 2020 was ten tijde van het besluit nog niet van kracht.
Verder is geoordeeld dat de voorziene horecagelegenheid niet zal leiden tot onaanvaardbare geluidsoverlast of verkeers- en parkeerproblemen. Verweerder heeft gemotiveerd dat voldoende parkeergelegenheid in de openbare garages beschikbaar is en dat de horecagelegenheid voldoet aan milieunormen. Het laden en lossen is geregeld via de Breestraat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlening van de omgevingsvergunning voor de horecagelegenheid.