ECLI:NL:RBDHA:2023:3906
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Polen
Eiser, een Ugandees, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege ernstige zorgen over de Poolse asielprocedure en rechtsstaat, waaronder risico's op pushbacks en gebrek aan effectieve rechtsmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had aangevoerd om aan te tonen dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat Polen zich, afgezien van pushbacks aan de buitengrenzen, houdt aan het EU-asielrecht. Eiser had legaal Polen binnengekomen en er was geen bewijs dat hij bij overdracht aan Polen een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met het EU-Handvest.
Ook de zorgen over de positie van LHBTI’ers in Polen werden door de rechtbank niet voldoende onderbouwd geacht om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om voorlopige voorziening afwees. Er was geen aanleiding om de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.