Eiser diende op 18 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiser de staatssecretaris op 17 september 2022 in gebreke. Vervolgens werd op 11 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was ontvangen na het verstrijken van de beslistermijn en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank wijst op de toepasselijkheid van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris wordt opgedragen binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser.