ECLI:NL:RBDHA:2023:5527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel van vertrek wegens onvoldoende aantonen ontoegankelijkheid medische zorg in Algerije
Eiseres, een Algerijnse vrouw met ernstige lichamelijke en psychische klachten, verzocht om uitstel van vertrek uit Nederland op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat de noodzakelijke medische zorg in Algerije aanwezig en toegankelijk is. Eiseres betoogde dat zij volledig afhankelijk is van mantelzorg die zij in Algerije niet kan ontvangen, en dat professionele zorginstellingen onvoldoende zorg bieden.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet voldoende concrete aanwijzingen had geleverd die twijfel rechtvaardigen over de juistheid van het medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). Dit advies concludeerde dat professionele (thuis)zorg beschikbaar is in Algerije, en dat mantelzorg ook door professionele zorgverleners kan worden verleend. Eiseres had niet onderbouwd dat zij de zorg niet kan betalen of dat er geen sociaal netwerk is om haar te ondersteunen.
De rechtbank overwoog dat de drempel voor bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro hoog is en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico loopt bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.