ECLI:NL:RBDHA:2023:5849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Turkse nationaliteit houdende stukadoor, vroeg op 25 juli 2021 een verblijfsvergunning aan voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing, met name een onvoldoende ondernemingsplan en het ontbreken van diverse documenten zoals bankafschriften en exploitatiecijfers.
Eiser stelde dat het ondernemingsplan wel degelijk aan de eisen voldeed en dat verweerder ten onrechte het plan inhoudelijk had beoordeeld in plaats van dit aan de Raad voor Ondernemend Nederland (RvO) voor te leggen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het plan niet aan de RvO kon worden voorgelegd, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd wegens motiveringsgebrek.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat eiser niet voldeed aan het documentatievereiste zoals vastgelegd in de Vreemdelingenwet en bijbehorende beleidsregels. De rechtbank oordeelde ook dat verweerder terecht niet alle gevraagde documenten had ontvangen en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet hoefde te horen in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege niet voldoen aan het documentatievereiste.