ECLI:NL:RBDHA:2023:6082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling Marokkaanse nationaliteit
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder rechtmatig bevonden tot het sluiten van het vorige onderzoek op 10 maart 2023.
De rechtbank beoordeelde of sinds die datum de maatregel nog rechtmatig was. Uit de stukken bleek dat er zicht op uitzetting naar Marokko is, mede vanwege eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigen dat uitzetting binnen een redelijke termijn mogelijk is. Eiser had onvoldoende actie ondernomen om zijn uitzetting te bevorderen, waardoor het zicht op uitzetting niet ontbreekt.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door onder meer het rappelleren van de aanvraag voor een laissez-passer en het proberen voeren van een vertrekgesprek. De duur van de bewaring, nog geen vier maanden sinds het vorige onderzoek, rechtvaardigt geen oordeel van onrechtmatigheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.