ECLI:NL:RBDHA:2023:6384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering migrerend werknemer wegens ontbreken reële arbeid tijdens stage
Eiser, een Hongaarse student aan de Technische Universiteit Delft, heeft studiefinanciering aangevraagd voor de periode september tot en met december 2021, waarin hij stage liep bij de politie. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de nationaliteitseis en niet als migrerend werknemer kon worden aangemerkt. De rechtbank behandelde het beroep op 13 februari 2023.
De kern van het geschil is of eiser tijdens zijn stage reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht, wat noodzakelijk is om als migrerend werknemer te worden beschouwd onder het Unierecht. De rechtbank oordeelt dat de stage vooral gericht was op het opdoen van ervaring en bekwaamheden, met een begeleider en een stagevergoeding ruim onder het minimumloon. Dit duidt op een leerdoel en niet op een arbeidsrelatie met economisch voordeel.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als werknemer kan worden aangemerkt. Ook het beroep op het non-discriminatiebeginsel en eerdere jurisprudentie leidt niet tot een ander oordeel. Daarnaast heeft eiser als economisch niet-actieve EU-burger geen recht op studiefinanciering voor levensonderhoud en studentenreisproduct. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van studiefinanciering bevestigd.