ECLI:NL:RBDHA:2023:6396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Pakistaanse vreemdeling wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar
Eiser, een Pakistaanse vreemdeling, heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend met het argument dat hij vanwege zijn bekering van het Soennisme naar het Sjiisme risico loopt op vervolging in Pakistan. In eerdere procedures was zijn bekering geloofwaardig bevonden, maar het verband met eventuele mishandelingen werd niet aannemelijk geacht.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod op. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiser niet tot de risicogroep van afvalligen behoort omdat hij binnen de islamitische stromingen is gewisseld en niet als afvallige wordt gezien in Pakistan. Eiser slaagde er niet in het causaal verband tussen mishandelingen en zijn geloofsovertuiging overtuigend te maken.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van eiser tegenstrijdigheden bevatten en dat de nieuwe stukken onvoldoende bewijs boden. Ook de beweringen over problemen met Wahabieten en een aangifte werden niet geloofwaardig bevonden. De rechtbank concludeerde dat eiser geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer heeft en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst de opvolgende asielaanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar als afvallige binnen de islam.