ECLI:NL:RBDHA:2023:6693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 16 december 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en beoordeelt of de bewaring rechtmatig is.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de Marokkaanse autoriteiten niet reageren op de zes rappels sinds de LP-aanvraag. Ook voert hij aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en dat een lichter middel dan bewaring, zoals een meldplicht, passend zou zijn gezien zijn persoonlijke omstandigheden en de lange duur van de bewaring.
De rechtbank stelt vast dat jurisprudentie uit 2022 en 2023 steun biedt voor het aannemen van zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. Het ontbreken van reactie op rappels leidt niet tot twijfel over het zicht op uitzetting. Verder is verweerder voortvarend geweest door meerdere rappels en vertrekgesprekken. De rechtbank weegt het belang van voortduring van de maatregel zwaarder dan het belang van eiser bij invrijheidsstelling, mede vanwege diens onvoldoende medewerking.
Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.