ECLI:NL:RBDHA:2023:680
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening asielaanvraag overgedragen aan Italië
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verweerder stuurde het besluit op 2 december 2022, maar eiser stelde het beroep pas op 16 december 2022 in, buiten de wettelijke termijn van één week.
Eiser voerde aan het besluit niet te hebben ontvangen en dat zijn zienswijze van 6 december 2022 als beroepschrift had moeten worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat het besluit wel tijdig was verzonden en dat de zienswijze betrekking had op het voornemen, niet op het besluit, zodat geen doorzendplicht bestond.
Verder stelde eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing was vanwege de situatie in Italië, en verwees naar een brief van het Italiaanse ministerie die overdrachten tijdelijk opschortte. De rechtbank achtte deze omstandigheden niet voldoende om de beroepstermijn buiten toepassing te laten (geen Bahaddar-omstandigheden).
Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.