ECLI:NL:RBDHA:2023:7360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Spanje bevestigd
Eiser, een Palestijn die sinds 15 januari 2019 internationale bescherming geniet in Spanje, diende op 3 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds bescherming geniet in een andere lidstaat van de EU.
Eiser voerde aan dat hij een sterkere band met Nederland heeft, mede vanwege zijn zwangere vrouw die rechtmatig verblijf in Nederland heeft en verwacht hier te bevallen. Hij stelde dat hij geen sociale of economische binding met Spanje heeft en dat het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod een schending van het Handvest van de grondrechten van de EU inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat eiser bescherming geniet in Spanje voldoende is om de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren, conform vaste jurisprudentie. De omstandigheden van eiser, waaronder zijn gezinssituatie, veranderen hier niets aan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt ertoe dat Nederland mag aannemen dat Spanje zijn verplichtingen nakomt. Eiser wordt geacht zijn rechten in Spanje te verwezenlijken en meer inspanningen te verrichten om zijn situatie daar te verbeteren.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd vastgesteld dat verweerder terecht een bevel tot terugkeer naar Spanje heeft uitgevaardigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag.