Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
gedaagde, hierna te noemen: de Staat,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 3.413,00 (1,0 punt × tarief VII x € 3.413 )
Rechtbank Den Haag
Ingenhousz Institute B.V., exploitant van een hotel opgericht in 2019, vordert dat de Staat wordt veroordeeld wegens onrechtmatig handelen door het hanteren van een niet-representatieve referentieperiode bij de NOW- en TVL-regelingen voor startende ondernemers. Ingenhousz stelt hierdoor schade te hebben geleden van €511.992.
De Staat voert aan dat Ingenhousz niet-ontvankelijk is omdat zij de bestuursrechtelijke rechtsgang niet heeft benut, terwijl tegen de individuele besluiten bezwaar en beroep mogelijk waren. De rechtbank bevestigt dat Ingenhousz via bestuursrechtelijke procedures haar bezwaren had kunnen voorleggen, ook over de referentieperiode.
De rechtbank oordeelt dat de civiele rechter niet kan toetsen aan de rechtmatigheid van de regelingen als bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstonden en niet zijn benut. De vordering wordt daarom afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en Ingenhousz wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Ingenhousz wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.