ECLI:NL:RBDHA:2023:789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Soedanese asielzoeker, verzet zich tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Hij stelt dat Italië niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet, onderbouwd met rapporten en verwijzingen naar jurisprudentie, en vreest onmenselijke behandeling bij terugkeer.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië ernstige tekortkomingen vertoont die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU opleveren. De aangevoerde rapporten en jurisprudentie bieden geen nieuwe inzichten die het vertrouwen in Italië ondermijnen.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser niet als bijzonder kwetsbaar kan worden aangemerkt en dat er geen noodzaak is voor individuele garanties. De staatssecretaris heeft de omstandigheden van eiser meegewogen en terecht besloten geen gebruik te maken van de hardheidsclausule uit artikel 17 Dublinverordening Pro.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.