ECLI:NL:RBDHA:2023:8075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, diende op 27 februari 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag op 29 maart 2023 niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Duitsland.
Eiser voerde aan dat zijn familie in Nederland woont en dat hij zich in Duitsland niet kan ontwikkelen, waardoor het onredelijk zou zijn om naar Duitsland terug te keren. De rechtbank overwoog dat verweerder op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet en artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000 een aanvraag niet-ontvankelijk kan verklaren indien de vreemdeling een zodanige band heeft met een andere lidstaat dat het redelijk is daarheen te gaan.
De rechtbank stelde vast dat eiser internationale bescherming in Duitsland geniet en dat verweerder terecht mocht aannemen dat eiser een sterkere band met Duitsland heeft dan met Nederland, ondanks de familiebanden in Nederland. De stelling van eiser dat hij zich in Duitsland niet kan ontwikkelen was onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en gaf aan dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.