ECLI:NL:RBDHA:2023:9626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid seksuele geaardheid en relatie
Eiser, een Iraanse asielzoeker, heeft meerdere asielaanvragen ingediend waarbij hij zich beroept op zijn bekering tot het christendom en zijn homoseksuele geaardheid. Eerdere aanvragen werden afgewezen vanwege ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen, wat door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak is bevestigd.
In de opvolgende aanvraag stelt eiser een relatie te hebben gehad met een Iraanse statushouder sinds december 2021. Verweerder heeft deze relatie en daarmee de seksuele geaardheid van eiser echter ongeloofwaardig geacht vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van ondersteunend bewijs.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van de relatie en geaardheid heeft betwijfeld. Het feit dat eiser tijdens het gehoor gespannen was, weegt niet op tegen het ontbreken van concrete details en bewijsstukken. Ook het uitvaardigen van een inreisverbod is gegrond omdat de relatie inmiddels is geëindigd en er geen humanitaire redenen zijn om hiervan af te zien.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid en relatie.