ECLI:NL:RBDHA:2024:5858
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Polen
Eiser, van Tadzjiekse nationaliteit, vroeg op 12 oktober 2023 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk was volgens artikel 12, lid 2 van de Dublinverordening. Polen accepteerde het verzoek tot overname op 20 november 2023.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege onrechtmatige detentie en pushbacks in Polen, en dat verweerder een onderzoeksplicht heeft. Tevens stelde hij dat de samenwerkingsplicht was geschonden en hij risico loopt op uitzetting naar Tadzjikistan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel omdat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen gaf voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De samenwerkingsplicht werd niet geschonden omdat het gehoor beperkt was tot Dublin-gerelateerde vragen. Ook het risico op indirect refoulement naar Tadzjikistan werd niet aannemelijk gemaakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder handelde correct door de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en over te dragen aan Polen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.