ECLI:NL:RBDHA:2024:10178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 1 juli 2024 het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld, welke was opgelegd op 21 februari 2024. Deze maatregel was eerder getoetst bij uitspraken van 12 maart 2024 en 29 mei 2024. De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en de zaak zonder zitting behandeld.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris zijn medische klachten niet voldoende met medische stukken had onderbouwd en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij het verkrijgen van een laissez-passer van Algerije. De rechtbank oordeelde dat de medische klachten serieus zijn genomen en dat eiser de benodigde zorg ontvangt, onder meer fysiotherapie. De staatssecretaris heeft maandelijks vertrekgesprekken gevoerd en regelmatig rappelleringen gedaan bij de Algerijnse autoriteiten.
Verder stelde eiser dat er geen zicht was op uitzetting, maar de rechtbank volgde het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Algerije. De rechtbank vond geen grond om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.