Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, is sinds 16 april 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 3 juni 2024 bevestigd. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend is in het realiseren van zijn vertrek. Tevens voert hij aan dat een lichter middel passend zou zijn.
De rechtbank overweegt dat eiser rechtmatig verblijf heeft vanwege een lopend beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De maatregel van bewaring is niet gericht op terugkeer, waardoor zicht op uitzetting niet relevant is zolang het verblijf rechtmatig is. Verweerder beschikt over een geldig reisdocument en handelt voldoende voortvarend door onder meer het verzoek om versnelde behandeling van het asielberoep.
Het beroep op een lichter middel is niet onderbouwd en eerdere motiveringen blijven onbestreden. Ook de belangenafweging leidt niet tot opheffing van de maatregel. De rechtbank constateert geen onregelmatigheden en verklaart het beroep ongegrond, waarbij het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.