ECLI:NL:RBDHA:2024:10345
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens onvoldoende noodzaak
Eiser vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van woninginrichting, waaronder een inductieplaat, wasmachine, droger, gordijnen, koelkast en computer, met een totaalbedrag van €8.000. Verweerder had eerder al bijzondere bijstand toegekend voor enkele van deze kosten, maar wees de aanvraag af voor de overige kosten omdat deze niet als noodzakelijk werden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de gevraagde kosten algemene kosten van het bestaan zijn die in principe uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan. De noodzaak van de kosten voor een wasdroger en nieuwe gordijnen werd niet aannemelijk gemaakt. Eiser kon ook niet aantonen dat het eerder toegekende bedrag onvoldoende was om essentiële zaken aan te schaffen.
Daarnaast werd meegewogen dat eiser zelf verantwoordelijk was voor de staat van sommige apparaten en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bijzondere bijstand van €8.000 gerechtvaardigd was. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep op bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.