ECLI:NL:RBDHA:2024:104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft op 30 mei 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar de staatssecretaris heeft deze niet in behandeling genomen omdat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogt dat het Tsjechische asiel- en opvangsysteem ernstige en structurele tekortkomingen vertoont, waaronder een laag inwilligingspercentage voor Turkse asielzoekers, gebrek aan effectief rechtsmiddel en onvoldoende naleving van rechterlijke uitspraken.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Tsjechië zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van een reëel risico op schending van mensenrechten. De door eiser aangevoerde informatie, waaronder e-mails en rapporten, is onvoldoende concreet en onderbouwd om dit aan te tonen. Ook het verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Tsjechië, dat eiser aanvoert, voldoet niet aan de hoge bewijslast die geldt voor het aantonen van een fundamentele systeemfout.
De rechtbank wijst erop dat het Hof van Justitie recentelijk heeft geoordeeld dat Nederland bij beroep tegen een overdrachtsbesluit niet mag toetsen op risico's van indirect refoulement door verschillen in beschermingsbeleid, maar dat dit besluit is genomen voorafgaand aan die uitspraak. Desalniettemin concludeert de rechtbank dat de staatssecretaris zijn standpunt deugdelijk heeft gemotiveerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier H.C.M. Pijnenburg op 3 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt terecht niet in behandeling genomen.