Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, werd onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Na het instellen van beroep tegen deze maatregel heeft verweerder de bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €600 aangeboden.
De rechtbank oordeelt dat eiser ondanks de opheffing van de maatregel nog procesbelang heeft bij het beroep. De rechtbank volgt echter niet het standpunt van eiser dat hij direct na opheffing in vrijheid had moeten worden gesteld, vanwege de nog openstaande prejudiciële vragen over de schottentheorie en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank stelt vast dat een eerdere onrechtmatigheid in de inbewaringstelling niet automatisch de daaropvolgende maatregel onrechtmatig maakt, tenzij sprake is van ernstige schendingen of opeenstapeling van gebreken, wat hier niet is onderbouwd. Gezien de onrechtmatigheid van de bewaring vanaf het begin, kent de rechtbank een schadevergoeding toe voor zes dagen onrechtmatige vrijheidsontneming.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van proceskosten van €1.750 aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard, maar het verweer tegen de bewaring op basis van de schottentheorie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser ontvangt een schadevergoeding van €600 en proceskosten van €1.750.