ECLI:NL:RBDHA:2024:10561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging en beschermingsalternatief
Eiser, met de Syrische en Venezolaanse nationaliteit, verzocht om asiel vanwege vrees voor militaire dienstplicht en discriminatie in Syrië vanwege zijn Druzen etniciteit. Hij stelde dat terugkeer naar Venezuela niet mogelijk of onhoudbaar was vanwege gebrek aan familie en bestaansmogelijkheden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser een beschermingsalternatief heeft in Venezuela en geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank bevestigt dat toegang tot Venezuela niet vereist is om het beschermingsalternatief te toetsen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende onderbouwt dat hij in Venezuela materiële deprivatie zal lijden of dat er sprake is van discriminatie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter C.W. Griffioen en griffier R.S. Ouertani op 16 april 2024. Eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.