ECLI:NL:RBDHA:2024:11086
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Roemenië
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 3 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Roemenië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 6 oktober 2023 al een asielaanvraag had ingediend.
Eiser voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het gebruik van een niet-beëdigde tolk tijdens het aanmeldgehoor, het vroegtijdig toezenden van het voornemen zonder raadspersoon, het gebruik van standaardteksten in het voornemen en het risico op pushbacks bij terugkeer naar Roemenië. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom een niet-beëdigde tolk werd ingezet en dat het voornemen ondanks standaardteksten zorgvuldig tot stand was gekomen, mede omdat eiser geen individuele omstandigheden tijdens het gehoor had aangevoerd.
Verder stelde de rechtbank vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij verweerder mag uitgaan van de naleving van internationale verplichtingen door Roemenië. Eiser maakte niet aannemelijk dat dit vertrouwen onterecht was, ondanks zijn verwijzingen naar incidentele pushbacks en vermeende tekortkomingen in de Roemeense asielprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van verweerder en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit. Proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.