ECLI:NL:RBDHA:2024:12195
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling en verzoek schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op 4 maart 2024 op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder al meerdere keren uitspraak gedaan over deze maatregel en toetst nu of het voortduren sinds het sluiten van het onderzoek op 6 juni 2024 rechtmatig is.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd, die weliswaar te laat was ingediend, maar de rechtbank ziet geen noodzaak om hieraan consequenties te verbinden omdat eiser de gelegenheid heeft gehad te reageren. Eiser betoogt dat het zicht op uitzetting naar Tunesië ontbreekt, dat de minister onvoldoende voortvarend is, dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, en dat de maatregel niet langer proportioneel is vanwege medische klachten.
De rechtbank verwerpt alle beroepsgronden. Zij stelt dat het zicht op uitzetting naar Tunesië niet ontbreekt, dat de minister voldoende inspanningen heeft verricht, dat de bewaringsgronden nog steeds gelden en dat eiser onvoldoende meewerkt. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de medische situatie is verslechterd of dat de zorg tekortschiet. De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig en proportioneel is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.