ECLI:NL:RBDHA:2024:13249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was onterecht ondertekend namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, terwijl sinds 2 juli 2024 de minister van Asiel en Migratie bevoegd is. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat de maatregel door een bevoegde ambtenaar was ondertekend en eiser hierdoor niet in zijn belangen was geschaad.
Eiser, met Letse nationaliteit, had geen rechtsmiddelen aangewend tegen het eerdere besluit tot beëindiging van zijn verblijfsrecht. De maatregel van bewaring was gebaseerd op juiste rechtsgrondslagen en voldoende toegelichte zware en lichte gronden, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding van eiser op 2 augustus 2024 rechtmatig was en niet primair vreemdelingrechtelijk van aard, maar onderdeel van algemeen politietoezicht. Er was geen sprake van onrechtmatige binnentreding door verbalisanten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1750,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.