ECLI:NL:RBDHA:2024:12361
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eisers, van Nigeriaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname gedaan aan Duitsland, dat dit verzoek heeft aanvaard.
Eisers stelden dat het voornemen van 6 maart 2024 onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende op hun situatie inging, waardoor zij feitelijk een rechtsmiddel was ontnomen. De rechtbank oordeelt dat het voornemen een voorbereidingshandeling is zonder rechtsgevolg en dat eisers via hun zienswijze voldoende gelegenheid hadden om hun standpunten kenbaar te maken. De minister heeft vervolgens alle relevante punten betrokken bij het bestreden besluit.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeert dat er geen sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding of het missen van een rechtsmiddel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.