ECLI:NL:RBDHA:2024:12428
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring wegens uitzetting naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 15 mei 2024 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het beroep op 2 augustus 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat hij ongedocumenteerd is en er geen bewijs is dat ongedocumenteerde Algerijnen daadwerkelijk worden uitgezet. Hij stelt dat de minister slechts toezeggingen heeft gedaan voor het verstrekken van een laissez-passer en dat de Algerijnse autoriteiten niet reageren op rappels. Ook geeft eiser aan bereid te zijn naar Frankrijk te vertrekken als uitzetting naar Algerije niet lukt.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend handelt, met meerdere rappels aan de Algerijnse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser. De rechtbank wijst erop dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting en dat zicht op uitzetting naar Algerije niet ontbreekt, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank acht het opleggen van een zwaardere maatregel dan bewaring terecht, gezien de medewerkingsweigering van eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat de minister voldoende voortvarend handelt en zicht op uitzetting naar Algerije niet ontbreekt.