ECLI:NL:RBDHA:2024:12430
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring wegens zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze toen rechtmatig. Na het sluiten van het eerdere onderzoek was de vraag of de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was. De minister heeft de maatregel op 28 juni 2024 opgeheven.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn was, mede omdat hij ongedocumenteerd is en de Algerijnse autoriteiten niet adequaat reageren op lp-aanvragen. Ook stelde hij dat hij onterecht geen lichter middel kreeg opgelegd, omdat hij woonde bij een stichting, post ontving en wilde meewerken na genezing van medische problemen.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld, onder meer door rappellering van lp-aanvragen en het voeren van vertrekgesprekken. De rechtbank volgde de Afdeling bestuursrechtspraak dat zicht op uitzetting naar Algerije niet ontbreekt, ook als lp’s nog niet zijn afgegeven. Eiser verleende onvoldoende medewerking aan zijn uitzetting, terwijl de Algerijnse autoriteiten wel meewerkten.
Gezien het ontbreken van medewerking en de afweging van medische omstandigheden achtte de rechtbank het opleggen van een lichter middel niet terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard.