ECLI:NL:RBDHA:2024:12529

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 augustus 2024
Publicatiedatum
9 augustus 2024
Zaaknummer
NL23.21485
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbWBV 2022/22
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiseres diende op 29 december 2022 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 29 mei 2023 eindigen, maar deze termijn werd verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van WBV 2022/22, waardoor de nieuwe beslistermijn op 29 februari 2024 eindigde.

Eiseres stelde de minister van Asiel en Migratie op 4 juli 2023 in gebreke, terwijl de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en niet geldig volgens artikel 6:12 van Pro de Awb. Omdat niet aan de vereisten voor een geldige ingebrekestelling was voldaan, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde in lijn met eerdere uitspraken dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is. De rechtbank besloot de zaak niet aan te houden ondanks lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 7 augustus 2024 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL23.21485

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Eiseres heeft op 26 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 29 december 2022.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft op 29 december 2022 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiseres op 29 mei 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 [2] de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiseres op 29 februari 2024 is geëindigd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 [3] geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. De omstandigheid dat de Afdeling [4] prejudiciële vragen heeft gesteld [5] aan het Hof [6] , vormt geen aanleiding om de zaak aan te houden tot het Hof die vragen heeft beantwoord.
3. Eiseres heeft verweerder op 4 juli 2023 in gebreke gesteld. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken. Dat maakt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend en niet geldig is. Nu niet aan de vereisten van artikel 6:12 van Pro de Awb is voldaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 7 augustus 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.
4.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.Verwijzingsuitspraak 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125.
6.Hof van Justitie van de Europese Unie.