ECLI:NL:RBDHA:2024:12930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank verklaart het eerste beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling, maar het tweede beroep is gegrond.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 heeft overschreden en dat het FIFO-principe van de IND geen reden is om het beroep aan te houden. Gezien de bijzondere aard van nareisaanvragen stelt de rechtbank een nadere beslistermijn van acht weken, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, om verweerder te stimuleren binnen de termijn te beslissen. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter Sinack op 13 augustus 2024.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, vernietiging niet tijdig nemen besluit, nadere beslistermijn van acht weken met dwangsom opgelegd.