ECLI:NL:RBDHA:2024:13096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid en negatieve belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres, met de Syrische nationaliteit en woonachtig in de Verenigde Arabische Emiraten, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en haar zoon en diens echtgenote, ondanks het bestaan van hechte persoonlijke banden met haar kleinzoon.
Eiseres betwistte dit besluit en voerde aan dat zij financieel en emotioneel afhankelijk is van haar zoon, en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro onjuist in haar nadeel is uitgevallen. De rechtbank oordeelt echter dat de enkele financiële afhankelijkheid onvoldoende is om de gebruikelijke emotionele banden te overstijgen en dat eiseres sinds het vertrek van haar zoon zelfstandig in de VAE functioneert.
De rechtbank bevestigt dat er geen beschermenswaardig familieleven bestaat tussen eiseres en haar zoon en schoondochter, waardoor een belangenafweging in dat kader niet nodig is. Wel erkent de rechtbank dat er sprake is van familieleven met de kleinzoon, maar de belangenafweging ten aanzien van dit familieleven is zorgvuldig en evenwichtig gemaakt, waarbij het Nederlandse belang bij een restrictief toelatingsbeleid en de sterke banden van eiseres met de VAE zwaar wegen.
Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft zij het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.