ECLI:NL:RBDHA:2024:13170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid Somalische identiteit en nationaliteit
De rechtbank Den Haag heeft op 16 augustus 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie had het verzoek op 27 mei 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat twijfels bestonden over de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser.
Eiser, geboren in 1999 in Somalië, kon zijn identiteit en nationaliteit niet met documenten onderbouwen. Verweerder stelde dat eiser in Zwitserland onder verschillende persoonsgegevens was geregistreerd en dat een taalanalyse door TOELT uitwees dat eiser niet eenduidig tot de Zuid-Somalische spraakgemeenschap behoort. Eiser voerde aan dat hij onder druk verkeerde toen hij in Zwitserland geregistreerd werd en dat hij een identiteitscertificaat en paspoort van de Somalische ambassade bezit, maar kon de authenticiteit hiervan niet aantonen.
De rechtbank overwoog dat verweerder zorgvuldig onderzoek had verricht, waaronder een HIS-check en taalanalyse, en dat eiser geen contra-expertise had overgelegd. Schriftelijke verklaringen van familieleden werden niet als doorslaggevend beoordeeld vanwege twijfel aan authenticiteit. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de aanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart de asielaanvraag kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van identiteit en nationaliteit.