ECLI:NL:RBDHA:2024:13250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet-medewerking aan drugsgebruikonderzoek
Eiseres is op 17 januari 2023 en 19 juni 2023 staande gehouden wegens vermoedelijk drugsgebruik tijdens het besturen van een motorrijtuig. Na positieve speekseltest en weigering tot bloedonderzoek is zij door het CBR verplicht een onderzoek naar haar rijgeschiktheid te ondergaan. Eiseres maakte echter gebruik van haar blokkeringsrecht en gaf geen toestemming aan de keurend arts om het onderzoeksverslag aan het CBR te verstrekken.
Verweerder verklaarde daarop het rijbewijs van eiseres ongeldig met ingang van 3 oktober 2023. Eiseres voerde in beroep aan dat zij wel had meegewerkt, dat het lex certa-beginsel werd geschonden en dat de sanctie disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat het blokkeringsrecht niet mag worden gebruikt om medewerking aan het onderzoek te ontzeggen en dat de gevolgen daarvan voor rekening van eiseres komen.
De rechtbank stelde vast dat het CBR haar verplichting tot ongeldigverklaring op grond van artikel 132 WVW Pro correct heeft toegepast en dat eiseres voldoende was geïnformeerd over de consequenties. De sanctie is een bestuurlijke maatregel gericht op verkeersveiligheid en niet punitief. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding, wel werd haar beroep op betalingsonmacht voor griffierecht toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ongeldigverklaring van haar rijbewijs wordt ongegrond verklaard.