ECLI:NL:RBDHA:2024:13470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister heeft op 3 april 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 16 augustus 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 21 juni 2024 getoetst en deze toen als rechtmatig beoordeeld. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser stelt dat de voortzetting onrechtmatig is vanwege langdurige detentie en het ontbreken van reëel zicht op uitzetting, aangezien Nigeria weigert hem terug te nemen.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld door meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken. Daarnaast is er volgens de rechtbank wel degelijk zicht op uitzetting, mede omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit ook heeft bevestigd. Eiser weigert echter mee te werken aan zijn uitzetting, wat zijn rechtsplicht is.
Daarom is de voortzetting van de maatregel rechtmatig en wordt het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.