ECLI:NL:RBDHA:2024:1369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende familierechtelijke relatie en belangenafweging
Eiseres, een Syrische vrouw, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar zoon, een Nederlandse staatsburger, te verblijven. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een familierechtelijke relatie en het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Na bezwaar en hoorzitting handhaafde verweerder het besluit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet het voordeel van de twijfel wordt gegund omtrent de familierechtelijke relatie, mede omdat het onderzoek van Bureau Documenten laat en onvolledig in het dossier is opgenomen. Dit leidt tot een motiveringsgebrek en vernietiging van het bestreden besluit.
Echter, de rechtbank stelt vast dat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en referent, mede door het zelfstandig functioneren van eiseres sinds het vertrek van haar zoon uit Syrië en de beschikbare medische voorzieningen aldaar. Verweerder heeft vervolgens een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij het belang van de Nederlandse Staat zwaarder weegt dan dat van eiseres.
Daarom blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Eiseres krijgt een vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van een integrale beoordeling en een gemotiveerde belangenafweging in vreemdelingenzaken waarin artikel 8 EVRM Pro een rol speelt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.