ECLI:NL:RBDHA:2024:13714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit mvv-nareis, oplegging dwangsommen en proceskosten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 15 augustus 2023, waarna de minister de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk op 13 februari 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna eiser op 21 maart 2024 een ingebrekestelling stuurde en op 10 april 2024 beroep instelde. Dit beroep is tijdig en kennelijk gegrond.
De rechtbank stelt dat vanwege de aard van de zaak een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Verweerder wordt opgedragen binnen 8 weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van 20 weken geldt. Voor elke dag overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van €100 met een maximum van €7.500.
De rechtbank constateert dat verweerder inmiddels €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd en veroordeelt hem tot betaling hiervan aan eiser. Tevens worden de proceskosten vastgesteld op €437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen 8 weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en proceskosten.