Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 26 februari 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 oktober 2022. Verweerder heeft de asielaanvraag op 12 maart 2024 ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, verlengd met negen maanden door de WBV 2022/22, op 23 januari 2024 eindigde. De ingebrekestelling van 22 januari 2024 was prematuur, die van 19 februari 2024 rechtsgeldig. Het beroepschrift is echter prematuur ingediend omdat niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro is voldaan.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van eerdere uitspraken waarin de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is bevonden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroepschrift.