Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zitting hebben:
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
1 De vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g of h, voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, kan door Onze Minister in bewaring worden gesteld, indien:
Artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw
Artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, Vw
Artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d, Vw
een actueel gevaar vormt voor de openbare orde omdat deze verdacht wordt of is veroordeeld in verband met een misdrijf ter zake heling en diefstal; gepleegd op/in de periode 15-07-2021.” Voorts is vermeld dat eiser meerdere malen is veroordeeld “
voor misdrijven binnen Nederland”, waarbij is vermeld dat eiser is “
veroordeeld voor art. 310 Sr Pro”.
in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn”. Verweerder heeft aangegeven dat deze grond van toepassing kan worden geacht. Eiser is namelijk op 1 augustus 2024 in bewaring gesteld en deze maatregel is opgeheven in verband met de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf. Eiser is vervolgens overgedragen aan de vreemdelingenketen en opnieuw in bewaring gesteld. Verweerder stelt zich op het standpunt dat, omdat eiser steeds in de macht van de autoriteiten is geweest, de eerdere maatregel mag worden betrokken bij het bepalen van de grondslag van de nieuwe maatregel. De rechtbank volgt dit niet zonder meer.
terwijlde vreemdeling in bewaring wordt gehouden op grond van de Terugkeerrichtlijn. Een eerdere reeds afgesloten terugkeerprocedure in bewaring is dus geen omstandigheid die een bevoegdheid geeft voor een (nieuwe) maatregel op deze grondslag. Uit het dossier blijkt overigens niet dat eiser op enig moment voorafgaand aan deze ononderbroken periode van vrijheidsontneming op verschillende grondslagen in bewaring is gesteld ter fine van uitzetting.
werd gehoudenin het kader van een terugkeerprocedure (…)”. In artikel 8, derde lid aanhef en onder d, van de Opvangrichtlijn, waarvan artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw de implementatie is, is echter bepaald “indien hij ter voorbereiding van de terugkeer en/of ter uitvoering van het verwijderingsproces
in bewaring wordt gehoudenin het kader van een terugkeerprocedure (…)(in de Engelse taalversie: “ when he or she
isdetained subject to a return procedure”). Omdat artikel 8 van Pro de Opvangrichtlijn betrekking heeft op verzoekers om internationale bescherming, leidt de rechtbank ook af dat artikel 8, derde lid aanhef en onder d van de Opvangrichtlijn, ziet op de asielaanvraag die de vreemdeling indient op het moment dat hij in bewaring wordt gehouden uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn en dus door deze asielaanvraag op dat moment “een verzoeker overeenkomstig de Procedurerichtlijn” wordt.
niet volgtdat deze grondslag is bedoeld voor de duur van de behandeling van het asielverzoek tot aan de beslissing daarop door de minister, voorheen staatssecretaris.
a) (…)
verkrijgingvan noodzakelijk geachte gegevens. De Uniewetgever heeft niet gekozen voor de bewoordingen dat een verzoeker in bewaring mag worden gehouden “
totdat de beslissing op de aanvraag is genomen” en de verkregen gegevens dus zijn beoordeeld. De rechtbank overweegt dat dit ook niet kan worden ingelezen, omdat artikel 8, derde lid, van de Opvangrichtlijn expliciet bepaalt dat een verzoeker “
alleen” in bewaring mag worden gehouden op grond van de limitatief en uitdrukkelijk opgesomde redenen. Een ruime uitleg en het inlezen van een ruimere bevoegdheid om de vrijheid te ontnemen van een verzoeker om internationale bescherming is niet verenigbaar met dit strikte toepassingskader.
dusrechtmatig voortduurt. Het opnemen van een maximale termijn in wetgeving betekent, zoals eerder overwogen, uitsluitend dat na het verstrijken van deze termijn de maatregel in ieder geval niet langer rechtmatig voortduurt.