Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], geboren op [geboortedatum] 1982 in Syrië,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. M.B.J. Schreijen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker uit Syrië, diende op 9 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam een overdrachtsbesluit op grond van de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde dat Bulgarije fundamentele systeemfouten kent, waardoor overdracht niet verantwoord zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing blijft en dat onvoldoende is gebleken van een reëel en voorzienbaar risico op een schending van artikel 4 Handvest Pro door systeemfouten in Bulgarije. Eiser kon zijn stellingen onvoldoende onderbouwen met actuele informatie.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de medische en psychische problemen van eiser niet zodanig zijn dat deze een tijdelijke overdrachtsbeletsel vormen. Verweerder hoefde geen gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om de aanvraag inhoudelijk te behandelen, omdat de aanvraag in Bulgarije reeds was afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat verweerder bevoegd is om eiser aan Bulgarije over te dragen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Bulgarije wordt ongegrond verklaard en de overdracht is toegestaan.