ECLI:NL:RBDHA:2024:14609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en oordeelt dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag zorgvuldig is voorbereid. Het aanmeldgehoor bood voldoende gelegenheid voor het naar voren brengen van bezwaren en de minister is ingegaan op alle relevante elementen in het bestreden besluit. Er is geen sprake van een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege risico's op pushbacks en onvoldoende medische zorg in Kroatië. De rechtbank volgt dit niet en overweegt dat de minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een reëel risico op schending van fundamentele rechten opleveren. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt.
Ook de door eiser aangevoerde individuele omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van familie in Nederland en zijn ervaringen in Kroatië, leiden niet tot toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en overdracht aan Kroatië kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Kroatië.