Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij haar referent. Verweerder heeft het beroep betwist en verwezen naar het FIFO-principe dat sinds januari 2024 wordt gehanteerd om aanvragen efficiënter en eerlijker te verwerken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling en dat het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder om de behandeling van het beroep aan te houden af, omdat dit niet verenigbaar is met de aard van het rechtsmiddel en verweerder geen overmacht heeft aangetoond.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn vast van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen en proceskosten aan eiseres.